1934

De Australische staat Victoria viert in 1934 haar honderdjarig bestaan met een luchtrace vanuit Londen. Vierenzestig deelnemers schrijven zich in, waarvan er uiteindelijk 20 aan de start verschijnen. Onder hen is de nieuwe DC-2 Uiver van de KLM. Albert Plesman, de oprichter van de KLM, wil bewijzen dat Nederland in staat is om de langste luchtverbinding ter wereld met de regelmaat van de klok te vliegen. En deze race is daarvoor een uitstekende promotie. De immer correct geklede KLM-bemanning neemt het onder leiding van gezagvoerder Parmentier op tegen snelheidsduivels in racevliegtuigen. Alleen de Nederlandse luchtvaartmaatschappij presteert het een gewone lijndienst uit te voeren, met passagiers en post; de anderen gaan over de grenzen van het menselijk uithoudingsvermogen. De passagiers van de Uiver arriveren fris, zij hebben geen maaltijd gemist. Het geroutineerde KLM-personeel langs de route zorgt er mede voor dat het team tweede wordt in de snelheidsrace en de eerste prijs van de handicapklasse in de wacht sleept. En dat ondanks een noodlanding in Albury, waar half Nederland 's nachts niet van kan slapen...

Enkele citaten

In het bekende boek van Geert Mak, "De eeuw van mijn vader", zijn de pagina's 171-173 geheel gewijd aan de avonturen van de Uiver.

Voor mijn familie speelden zich al deze zaken af in de marge van het bestaan. De grote helden van de kinderen waren niet politici, soldaten of verzetsmensen, maar de transporteurs van al die verhalen, de vliegeniers van de postvliegtuigen. De jongens praatten over techniek, niet over politiek, en voor hen was vliegen de rage. Cas fietste zelfs met zijn vriendjes op het heetst van de dag naar het vliegveld om handtekeningen van piloten te verzamelen.

Het vliegtuig was bij uitstek het symbool van de nieuwe tijd: snel, glanzend, luxueus, elegant, niet meer gebaseerd op een stugge vorm die zich een weg duwde door de ruimte, maar op de stroomlijn die meevloeide met zijn omgeving. Er ontstond tussen de diverse landen een wedloop in techniek, met wedstrijden en demonstraties en het almaar meer verfijnde en verbeterde vliegtuig als kristallisatiepunt.

In oktober 1934 werd in dat kader de luchtrace Londen-Melbourne georganiseerd, iets waarvoor de Vliegende Hollanders van de KLM bijzondere belangstelling hadden. Ze hadden op dat moment al tien jaar ervaring met de langeafstandsvlucht Amsterdam- Batavia en dachten erover om deze verbinding te verlengen tot Australie. Daarom kwamen ze voor deze wedstrijd met een typisch Hollandse stunt: terwijl de Engelsen, de Italianen, de Duitsers, de Fransen en de Amerikanen de wedstrijd ingingen met speciaal gebouwde vliegtuigen, met extra benzinetanks en andere snufjes, zetten de Nederlanders een normaallijntoestel in. Nu was de Uiver eigenlijk ook geen doorsnee-toestel. Het was de eerste Douglas van de KLM, een comfortabel, uiterst modern vliegtuig dat niet meer, zoals de Fokkers, grotendeels gebouwd was van hout en linnen, maar helemaal van metaal. Fokker was woedend over deze stunt met het topproduct van de Amerikaanse concurrent, maar de KLM'ers wilden vooral bewijzen dat zij met een gewone uitrusting, drie passagiers en een paar honderd kilo post hetzelfde konden als hun concurrenten. Zo stonden aan de vooravond van de wedstrijd op het Britse vliegveld Mildenhall naast de Panderjager -de andere Nederlandse deelnemer-, drie slanke Havilland Comets, een Boeing Transport, een Lockheed Vega, een Bellanca Monoplane en een Airspeed A.S. 7. En tussen al dit gestroomlijnde geweld wachtte daar, zoals een ooggetuige schreef, 'als een Hollandsche boerenzwaluw in een voliere vol uitheemsche vogels', de Uiver.

De Uiver vloog met zijn driehonderd kilometer per uur rustig en gestaag over Europa, Arabie en Azie. Binnen vijf uur was het toestel in Rome, daarna Aleppo, Bagdad, Calcutta, Rangoon, Singapore, Sumatra en Batavia -allemaal bekend terrein voor de piloten -en vervolgens vloog het richting Australie, vooraan in de race. Heel Nederland hing aan de radio, en terecht, want er voltrok zich een van de legendarische episoden uit de luchtvaartgeschiedenis.

Boven Australie verzeilde de Uiver in zware buien, maar door telkens van koers te veranderen wist men daaruit te ontsnappen. Er was al radiocontact met Melbourne! waar het zulk goed weer was dat gezagvoerder K. Parmentier besloot om zich te gaan scheren, want hij wilde er netjes uitzien als hij als triomfator zou worden binnengehaald. Plotseling kwam het toestel echter toch weer in een zwaar onweer terecht, het contact met Melbourne ging verloren, zware hoosbuien beukten op de ramen, overal was het pikdonker en tot overmaat van ramp begon zich op de vleugels een dikke ijskorst af te zetten. De situatie werd gevaarlijk, de brandstof raakte op en doorvliegen werd riskant.

Ook nu toonde Holland zich op zijn best: degelijkheid. Parmentier wilde geen mensenlevens riskeren, voor welke prijs ook. Hij besloot een noodlanding te maken. In het maanlicht dat even door de wolken scheen, zagen de piloten een rivier en de lichten van een stadje. Opeens doofde het licht, dan ging het weer aan, en plotseling begreep marconist Van Brugge wat er gebeurde: hier seinde iemand van de elektriciteitscentrale morsetekens met de complete stadsverlichting. A-L-B-U-R-Y bleek het stadje te heten. Het zoekende toestel was opgemerkt, de burgemeester trommelde inderhaast alle auto's op naar de renbaan en bij het licht van honderden koplampen maakte het vliegtuig een veilige landing. De volgende ochtend vroeg hing de halve bevolking aan de touwen om de Uiver uit de modder te trekken, het vliegtuig wist weer van de grond te komen en drie kwartier later kwam Melbourne in zicht. Met een totale vliegtijd van ruim negentig uur had de Uiver de handicaprace gewonnen.

Vreugde en trots golf den over de natie. De Uiver-legende die ons nu raakt als een samengaan van moderne techniek met ouderwetse saamhorigheid, diezelfde legende was toen vooral een verhaal van mannenmoed en nationalisme. Hier werd voor eens en altijd de overwinning gevierd van het Hollandse credo: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Dit was de hoogste triomf van de nederigheid en de soberheid, van het 'klein maar dapper', kortom, van alle deugden die de calvinistische natie zo dierbaar waren. Het hele land gaf zich over aan Uiverspeldjes, Uiversigaren, Uiverliederen, Uiversouvenirborden en Uivermenu's in het restaurant. Een kind werd opgescheept met de naam Uivertje en voor kippen en vogels werd Uiverkrachtvoer op de markt gebracht. Even had Nederland weer een handvol echte helden.

Ook in Medan had iedereen, zoals mijn moeder schreef, 'last van de Uiver-koorts'. De kinderen speelden Uivertje en Panderjagertje, Cas sleutelde van meccano een kopie van het vliegtuig in elkaar en Anna droomde dat ze met de Uiver meevloog de wereld in. Twee maanden later, op de kerstpostvlucht, stortte het vliegtuig -'die prachtvogel'- bij Irak neer. AIle bemanningsleden kwamen om. De kinderen waren volledig van de kaart. Mijn moeder, in december 1934: 'Cas huilde gisteravond toen hij naar bed ging zoo -Anna deed groot, vond de Uiver snert, en Cas kinderachtig, maar lag in bed ook met dikke traanen.' Anna, nu: 'Ik weet nog hoe die mannen heetten: Moll, Parmentier, Prins, Van Brugge...'

Mijn vader zelf vloog voor het eerst op maandag 22 juni 1937, een reis van Medan naar Batavia. Iedereen bracht hem naar het vliegveld. Mijn moeder schreef dat ze graag mee had gewild: die Douglas zag er zo gerieflijk uit. Een kennis die al vaker had gevlogen, had gezegd dat je in zo'n vliegtuig 'schromelijk verwend werd, en dat je een bootreis erg tijdrovend gaat vinden'. AIleen de vijfJarige Tineke huilde tranen met tuiten toen ze haar vader in het vliegtuig zag stappen, en ze weigerde te kijken toen het toestel opsteeg. Later bracht mijn vader verslag uit aan zijn schoonouders. 'Vliegen is prachtig,' schreef hij. 'In ruim zes uur van Medan naar Batavia in een twee-motorige Douglas-machine. Verrukkelijk stil ga je door de lucht, gewoonlijk op drieduizend meter, langzaam zie je de landkaart van Sumatra onder je verglijden, maar op het laatst ben je uitgekeken op de "bloemkool" van de oerwouden en de gezellig kronkelende riviertjes. Ik sliep rustig een uur.' Ook over de service was hij te spreken: 'Je krijgt een heerlijke beker koffie of thee.'

Uit "De geschiedenis van de luchtvaart" van Mr. Henrik Scholte op pagina 29:

Maar toen de KLM in 1934 besloot mee te doen aan de grote McPherson Robertson race naar Melbourne in Australie, zetten ze ... een gewoon lijntoestel met passagiers in. Wel was het hun nieuwste aanwinst: een Amerikaanse "Douglas DC2" (we komen op die vliegtuigen nog terug), dat de "Uiver" gedoopt werd: de jonge vliegers Koene Dirk Parmentier en Jan Moll vlogen het en ... kwamen door hun fabelachtig zuiver en zorgvuldig vliegen langzamerhand nummer twee, achter de snelheidsduivels Scott en Campbell Black op "Grosvenor House". Boven Albury in Australie verdwaalde de "Uiver", door een electricien bij de hoofdschakelaar van de electriciteitswerken seinde toen echter de ganse stad midden in de nacht zijn naam in Morse-tekens naar het per radio roepende vliegtuig terug, de burgemeester zond alle auto's naar de renbaan, waar de "Uiver" temidden van de duizenden kopla:mpen een noodlanding maakte en ... weer opsteeg en toch nog de "handicap-race" won. Dat was 24 October 1934: de mooiste overwinning op onze "levenslijn". De "Uiver" werd het beroemdste vliegtuig in onze geschiedenis en Parmentier onze grootste luchtheld.

Uit "Het Uiver album" door A. Viruly en H. Hollander:

Toen onze nationale voetbalploeg zich door schitterend spel in de voorwedstrijden tegen lerland en Belgie geklasseerd had voor het eindtournooi van het wereldkampioenschap in ltalie, ging een golf van enthousiasme door ons land. Voor hen, die zich die periode herinneren, was het bestaan van een sportief evenement van nog hoogere orde eenvoudig iets ondenkbaars. In Mei 1934 was, zoo meende men, het summum van sportier interesse, dat een volk toonen kon, bereikt. Wel hield een betrekkelijk gering percentage zich nog afzijdig, doch dat waren principieel afkeerigen van alles wat naar de zoo fel toegespitste wedstrijdsport zweemt, een categorie die, naar verondersteld werd, wel nimmer voor eenig sportief wedstrijdelement, quelconque, uit de plooi zou komen. Zoo .... meende men. Maar ziet, de K.L.M. heelt ons deze dwaling duidelijk gemaakt. En het dient thans eerlijk erkend: In het verwekken van geestdrift en algemeene belangstelling van heel een volk zijn de jongens van Lotsy (met alle respect overigens) royaal geslagen door de jongens van Plesman! Het moge waar zijn, dat voor de Nederlandsche luchtvaart in haar internationalen omvang de viucht van den U i v e r vooral van commercieele beteekenis is geweest, tot het volk heeft voornamelijk de sportieve kant van de - ik zou haast zeggen "laconieke" - prestatie van de beide kranige vlegers Parmentier en Moll met hun kundige medewerkers van Brugge en Prins, gesproken. Voor alles omdat het Nederlanders waren, die daar met de regelmaat van een klok door de lucht snelden naar het verre Australie, maar ook omdat onze piloten met een heel gewoon lijntoestel, dat stellig niet in de eerste plaats op snelheid ingesteld was, verschillende speciale race-vliegtuigen achter zich lieten . Zoo had de viucht van de Nederlanders iets heroisch. (Bron: Batavia Memorial Site)

Uit "Glorie en tragiek in de Melbourne race, de Uiver" door Johan P. Nater:

Schrijvers en uitgevers, die iemand verzoeken om hun boeken van een inleiding te voorzien, doen dit, omdat zij aspirant-lezers en lezers willen voorzien van een oordeel daarover, dat meetelt. Persoonlijk acht ik dit boek erg boeiend, kennelijk met bewonderenswaardige napluizersijver geschreven en samengesteld met een goed gevoel voor het onderscheid tussen hoofdzaken en bijzaken. Luchtvaartkenner Nater, wiens 'Luchtoorlog boven Nederland' al verraste, heeft hier opnieuw een brokje Vaderlandse Geschiedenis aangesneden, dat niet vergeten mag worden: een stukje bewogen historie, dat werkelijk ons hele land heftig bezig heeft gehouden en dat - vind ik - op Naters manier gememoreerd, opnieuw van Westkapelle tot Delfzijl vaderlandse harten kan doen kloppen. In herinnering aan een halve eeuw her. Ik vind, dat de schrijver geen betere Luchtvaartperiode tot onderwerp had kunnen kiezen. Dit was de beste, die er ooit geweest is. Maar deze mening telt helemaal niet mee, omdat ik zelf een jong hart had in de jaren van Pelikaan en Uiver, waarin de Nederlandse burgerluchtvaart in alle Nederlandse harten, jonge of oude, geleefd heeft. In de Jaren, waarin ik de Smirnoffs en Soers en Parmentiers en Beekmannen van heel nabij kende en hun uitbundig heb helpen huldigen. Wie zou er nu zijn eigen jonge enthousiasme kunnen afvallen? Hoe zou ik nu iets anders dan lof kunnen opbrengen voor een boek, dat met zoveel hart juist voor die tijd geschreven is? De lezer van dit boek zal zich een geheel eigen mening uit zijn lectuur moeten vormen, - nu, in deze latere jaren, waarin de luchtvaart bij lange na de mensen niet meer met zoveel blijdschap vervult als toen heel Nederland met het hoofd in de luidsprekers gedoken zat omdat de triomfantelijke Pelikaan uit Batavia op Schiphol of de Uiver in Melbourne aan moest komen. Aan zulke triomfen was door veel mensen hard gewerkt, voordat vier bemanningsleden de bloemen kregen en tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau geslagen konden worden. Dit boek kan een veel latere generatie leren, dat met dat al die vier mannen veel persoonlijke hulde verdienden. En ook, hoe bezielend het voor alle werkers in de KLM was, dat alle landgenoten, van welke gezindtes dan ook, zo met hun bedrijf meeleefden. Zo'n tijd is niet meer teruggekomen. Zij, die Plesmans deftig 'luchtvaartmaatschappij' genoemde sportvliegclub van nabij hebben meegemaakt, moeten wel betuigen, dat schrijver Nater over een topperiode in de vliegerij, die hun tijd was, een erg nuttig, weldoordacht en ook ge´nspireerd boek in elkaar gezet heeft. En het zou waarachtig best kunnen wezen, dat geheel onbevooroordeelde, ja nuchtere lezers van 50 jaren na 1933/1934 tenslotte met precies deze zelfde mening dit boek zullen toeslaan. (Bron: Batavia Memorial Site)